Waarom verwonden jongeren zichzelf?

Zelfverwondend gedrag begrijpen.

Zelfverwondend gedrag bij jongeren roept vaak bezorgdheid, onmacht en onbegrip op. Waarom doet een jongere zichzelf pijn? Is het een vraag om aandacht? En hoe reageer je als ouder of begeleider?

Wanneer een jongere zichzelf verwondt, willen we meestal één ding: dat het stopt.
We maken ons zorgen over de veiligheid van de jongere. We proberen te begrijpen waarom iemand zichzelf pijn zou doen. Soms voelen we frustratie, angst of machteloosheid.
Misschien heb je zelf al eens gedacht:

Waarom doet mijn kind dit? Waarom vertelt die jongere niet gewoon wat er scheelt? Waarom blijft het gebeuren, zelfs wanneer we hulp aanbieden?

Het zijn begrijpelijke vragen. Toch vraagt zelfverwondend gedrag begrijpen om verder te kijken dan de verwondingen alleen. Want achter hetzelfde gedrag kunnen heel verschillende gevoelens, ervaringen en behoeften schuilgaan.

01. Wat is zelfverwondend gedrag?

Zelfverwondend gedrag, vaak afgekort als ZVG, betekent dat iemand zichzelf opzettelijk lichamelijk letsel toebrengt. Dat kan verschillende vormen aannemen, zoals zichzelf snijden, krabben, slaan of bijten. Wanneer iemand zichzelf verwondt zonder de bedoeling om te sterven, spreken we van niet-suïcidale zelfverwonding.

Dat onderscheid is belangrijk. Zelfverwondend gedrag betekent niet automatisch dat iemand wil sterven. Voor sommige jongeren is het juist een poging om met overweldigende gevoelens of spanning om te gaan. Tegelijk mogen we het risico niet onderschatten. Zelfverwonding kan samengaan met suïcidale gedachten en is een belangrijke risicofactor voor toekomstig suïcidaal gedrag.

Daarom is het essentieel om zelfverwonding altijd ernstig te nemen en ook aandacht te hebben voor mogelijke suïcidaliteit. Het gedrag vertelt ons dat er iets aan de hand kan zijn, maar niet automatisch wat dat precies is.

02. Waarom verwonden jongeren zichzelf?

Er bestaat geen eenvoudige verklaring voor zelfverwondend gedrag. Twee jongeren kunnen zichzelf op dezelfde manier verwonden, terwijl de betekenis en functie van het gedrag volledig verschillend zijn. Sommige jongeren ervaren intense spanning. Anderen voelen zich emotioneel verdoofd. Nog anderen vinden het moeilijk om gevoelens onder woorden te brengen of ervaren een sterke behoefte aan controle.

Binnen een traumasensitieve benadering proberen we daarom niet onmiddellijk één verklaring aan het gedrag te koppelen. We onderzoeken samen met de jongere welke functie het gedrag mogelijk vervult.

Spanning reguleren

Een van de meest voorkomende functies van zelfverwondend gedrag is het beïnvloeden van intense emoties of spanning. Wanneer gevoelens overweldigend worden, kan een jongere moeite hebben om die spanning op een andere manier te reguleren. Zelfverwonding kan dan tijdelijk een gevoel van opluchting geven. Dat betekent niet dat het een gezonde of veilige manier van emotieregulatie is. Het betekent wel dat het gedrag voor de jongere op korte termijn een bepaalde functie kan vervullen. En precies dat helpt verklaren waarom stoppen soms zo moeilijk is.

Emoties uitdrukken

Niet iedere jongere beschikt over de woorden om duidelijk te maken wat er vanbinnen gebeurt. Verdriet, boosheid, angst, schaamte of eenzaamheid kunnen moeilijk te herkennen of te verwoorden zijn. Zelfverwondend gedrag kan voor sommige jongeren een manier zijn om innerlijke pijn zichtbaar te maken of uitdrukking te geven aan gevoelens die moeilijk bespreekbaar zijn. Dat betekent niet dat iedere jongere bewust een boodschap probeert over te brengen. Soms begrijpt de jongere zelf nog onvoldoende wat aan het gedrag voorafgaat.

Controle ervaren

Jongeren kunnen situaties meemaken waarin ze weinig invloed ervaren op wat er gebeurt. Denk aan aanhoudende conflicten, ingrijpende veranderingen, moeilijke relaties of een onvoorspelbare leefomgeving. Wanneer veel aspecten van het leven onbeheersbaar aanvoelen, kan zelfverwonding tijdelijk een gevoel van controle geven. De jongere bepaalt op dat moment zelf wat er gebeurt. Dat gevoel is doorgaans tijdelijk en neemt de onderliggende moeilijkheden niet weg.

Contact, nabijheid of hulp zoeken

Soms vervult zelfverwondend gedrag ook een sociale functie. Een jongere kan moeite hebben om rechtstreeks hulp te vragen, gevoelens te delen of nabijheid te zoeken. Zelfverwonding kan dan een manier worden waarop anderen opmerken dat het niet goed gaat. Dat brengt ons bij een uitspraak die nog regelmatig voorkomt:

             “Ze doet het gewoon voor aandacht.”

Maar wat als aandacht precies is wat deze jongere nodig heeft? Aandacht, erkenning en nabijheid zijn menselijke behoeften. Wanneer zelfverwonding samenhangt met een behoefte aan contact, maakt dat de nood niet minder ernstig. Het is geen reden om het gedrag te minimaliseren. Wel een uitnodiging om te onderzoeken welke steun de jongere nodig heeft en hoe die op een veiligere manier beschikbaar kan worden.

Met moeilijke ervaringen omgaan

Zelfverwondend gedrag komt vaker voor bij jongeren die ingrijpende ervaringen hebben meegemaakt. Denk aan mishandeling, verwaarlozing, geweld, pesten, verlies of langdurige stress. Dergelijke ervaringen kunnen invloed hebben op de manier waarop iemand emoties ervaart, veiligheid inschat en spanning reguleert. Zelfverwonding kan voor sommige jongeren een manier worden om met de gevolgen daarvan om te gaan. Maar niet iedere jongere die zichzelf verwondt, heeft een traumatische ervaring meegemaakt. Zelfverwonding kent verschillende mogelijke oorzaken en functies. We mogen trauma daarom nooit zomaar als verklaring veronderstellen.

03. Wat gebeurt er in het brein bij zelfverwonding?

Om zelfverwondend gedrag beter te begrijpen, is het nuttig om stil te staan bij de manier waarop ons lichaam en brein reageren op spanning. Wanneer iemand veel stress ervaart, wordt het moeilijker om emoties te reguleren, helder na te denken en bewust verschillende handelingsmogelijkheden af te wegen.

Bij jongeren zijn de hersengebieden die betrokken zijn bij impulscontrole, planning en emotieregulatie bovendien nog volop in ontwikkeling. Wanneer spanning sterk oploopt, kunnen beschikbare copingvaardigheden tekortschieten. Voor sommige jongeren heeft zelfverwonding dan een onmiddellijk merkbaar effect op hun emotionele toestand. Dat kan samenhangen met verschillende lichamelijke en psychologische processen, waaronder veranderingen in aandacht, pijnbeleving en spanning. Het precieze mechanisme verschilt tussen personen en is wetenschappelijk nog niet volledig opgehelderd.

Waarom blijft zelfverwonding soms terugkomen?

Wanneer gedrag op korte termijn verlichting geeft van een onaangenaam gevoel, kan het onbedoeld versterkt worden. Een jongere ervaart bijvoorbeeld intense spanning, verwondt zichzelf en merkt dat die spanning tijdelijk afneemt. Daardoor kan de neiging ontstaan om bij een volgend moeilijk moment opnieuw naar hetzelfde gedrag terug te grijpen. Zelfverwonding kan op die manier een terugkerende strategie worden, zelfs wanneer de jongere beseft dat het schadelijk is. Dat verklaart waarom alleen vragen om ermee te stoppen meestal onvoldoende is. Er moet ook aandacht zijn voor de onderliggende spanning én voor het ontwikkelen van andere manieren om ermee om te gaan.

04. Hoe reageer je op zelfverwondend gedrag als ouder of begeleider?

Ontdekken dat een jongere zichzelf verwondt, kan bijzonder confronterend zijn. Ouders en professionals voelen vaak de drang om onmiddellijk oplossingen te zoeken. Toch maakt de eerste reactie een belangrijk verschil.

Blijf zo rustig mogelijk

Een sterke emotionele reactie is begrijpelijk, maar kan bij de jongere bijkomende schaamte of angst oproepen. Probeer daarom eerst zelf voldoende rust te vinden om het gesprek aan te gaan. Je hoeft niet te doen alsof er niets aan de hand is. Je mag bezorgdheid tonen. Maar probeer die bezorgdheid uit te drukken zonder verwijten, dreigementen of beschuldigingen.

Bijvoorbeeld:

“Ik zie dat je jezelf pijn hebt gedaan. Ik maak me zorgen om je en wil graag begrijpen wat er aan de hand is.”

Luister zonder onmiddellijk te oordelen

Een jongere weet niet altijd waarom die zichzelf verwondt. Vragen zoals “Waarom doe je dit nu weer?” kunnen daardoor moeilijk te beantwoorden zijn. Probeer open vragen te stellen die helpen om het gedrag beter te begrijpen.

Bijvoorbeeld:

  • “Hoe voelde je je vlak voordat het gebeurde?”
  • “Wat gebeurde er die dag?”
  • “Wat veranderde er voor jou nadat je jezelf pijn had gedaan?”
  • “Wat zou je op zo'n moment van mij nodig hebben?”

Je hoeft niet alle antwoorden tijdens één gesprek te vinden. Soms begint vertrouwen net bij de ervaring dat iemand wil luisteren zonder onmiddellijk een oordeel te vormen.

Onderzoek samen wat eraan voorafgaat

Zelfverwondend gedrag staat niet altijd op zichzelf. Soms zijn er terugkerende situaties waarin de spanning toeneemt. Denk aan conflicten, afwijzing, eenzaamheid, overprikkeling of gevoelens van falen. Door samen met de jongere te onderzoeken wat er vóór, tijdens en na het gedrag gebeurt, kunnen patronen zichtbaar worden. Dat helpt om gerichter ondersteuning te bieden.

Neem veiligheid ernstig

Traumasensitief reageren betekent niet dat we zelfverwonding zomaar laten gebeuren. Bij verwondingen is passende medische verzorging belangrijk. Vraag ook rechtstreeks en rustig naar eventuele gedachten aan zelfdoding. Daarmee breng je een jongere niet op ideeën. Wanneer er sprake is van acuut gevaar, ernstige verwondingen of een onmiddellijke dreiging van zelfdoding, is dringende professionele hulp nodig.

Ook zonder acuut gevaar verdient herhaald zelfverwondend gedrag een professionele beoordeling. Begrijpen en beschermen gaan samen.

05. Wat helpt bij zelfverwonding, en wat niet?

Er bestaat geen aanpak die voor iedere jongere werkt.

Wat helpend is, hangt onder meer af van de functie van het gedrag, de draagkracht van de jongere en de omstandigheden waarin de zelfverwonding voorkomt.

Wat kan helpen?

Een veilige relatie

Jongeren hebben baat bij volwassenen die beschikbaar, betrouwbaar en voorspelbaar zijn. Dat betekent niet dat je alles moet oplossen. Wel dat je laat merken dat moeilijke gevoelens bespreekbaar zijn en dat de jongere er niet alleen voor staat.

Emoties leren herkennen

Sommige jongeren hebben ondersteuning nodig om lichamelijke signalen van spanning en emoties beter te herkennen. De Window of Tolerance kan hierbij een bruikbaar hulpmiddel zijn. Door samen te onderzoeken wanneer spanning begint op te lopen, wordt het mogelijk om vroeger ondersteuning te bieden.

Alternatieve copingvaardigheden ontwikkelen

Wanneer zelfverwonding een bepaalde functie vervult, is het belangrijk om samen te zoeken naar veiligere manieren om met dezelfde gevoelens of behoeften om te gaan. Welke strategieën geschikt zijn, verschilt per jongere. Een hulpverlener kan helpen om die mogelijkheden te onderzoeken en in te oefenen.

Professionele ondersteuning

Psychologische begeleiding kan jongeren helpen om de functie van hun zelfverwondend gedrag te begrijpen en andere manieren van emotieregulatie te ontwikkelen. Afhankelijk van de situatie kan gespecialiseerde behandeling aangewezen zijn.

Wat helpt doorgaans niet?

Straffen, beschamen of dreigen omwille van zelfverwonding kan ervoor zorgen dat jongeren hun gedrag meer gaan verbergen. Ook uitspraken zoals “Je doet dit alleen om aandacht te krijgen” kunnen het vertrouwen beschadigen.

Hetzelfde geldt voor uitsluitend focussen op de zichtbare verwondingen, zonder aandacht te hebben voor wat eraan voorafgaat. Dat betekent niet dat volwassenen geen grenzen mogen stellen. Wel dat grenzen, veiligheid en ondersteuning hand in hand moeten gaan.

06. Wanneer is professionele hulp nodig?

Zelfverwondend gedrag verdient altijd aandacht. Je hoeft niet te wachten tot het gedrag ernstig of langdurig is voordat je hulp zoekt. Wanneer je ontdekt dat je kind zichzelf verwondt, is het verstandig om contact op te nemen met de huisarts of een gespecialiseerde hulpverlener. Dat geldt ook wanneer de jongere aangeeft geen suïcidale gedachten te hebben. Een professional kan samen met de jongere onderzoeken wat er speelt, hoe groot het risico is en welke ondersteuning nodig is. Bij ernstige verwondingen, een concrete suïcideplanning of onmiddellijk gevaar is dringende hulp noodzakelijk. In België kun je bij acuut levensgevaar 112 bellen. Voor een gesprek over zelfmoordgedachten is Zelfmoordlijn 1813 bereikbaar.

Ook ouders en begeleiders hebben ondersteuning nodig

Zelfverwondend gedrag kan veel onzekerheid oproepen. Misschien ben je bang om iets verkeerd te zeggen. Misschien weet je niet wanneer je moet ingrijpen. Of misschien merk je dat het gedrag ondanks alle inspanningen blijft terugkomen. Je hoeft als ouder of begeleider niet zelf alle antwoorden te hebben. Het is belangrijk om ondersteuning te zoeken, samen te werken met betrokken hulpverleners en ook aandacht te hebben voor je eigen draagkracht.


Zelfverwondend gedrag begrijpen vanuit een traumasensitieve blik

Traumasensitief werken betekent dat we gedrag proberen te begrijpen binnen de bredere context van iemands ervaringen, relaties, ontwikkeling en omgeving. We kijken niet uitsluitend naar wat een jongere doet. We onderzoeken ook wat eraan voorafgaat, welke betekenis het gedrag mogelijk heeft en welke ondersteuning nodig is. Dat vraagt nieuwsgierigheid, zorgvuldigheid en samenwerking. Want wanneer we alleen proberen het zichtbare gedrag te stoppen, bestaat het risico dat we voorbijgaan aan de moeilijkheden waarmee een jongere worstelt. Zelfverwondend gedrag is geen teken van zwakte. Het is gedrag dat we ernstig moeten nemen, zonder er automatisch één betekenis aan toe te kennen. Niet iedere jongere verwondt zichzelf om dezelfde reden. En niet iedere jongere heeft dezelfde ondersteuning nodig.

Maar iedere jongere verdient een reactie waarin veiligheid, begrip en passende hulp centraal staan.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.